NONKEL JAN

By Alex Mensaert

 

Nonkel Jan

 

Het was een erg trieste dag,

Van je gelaat verdween meteen die lach,

Die ene erge telefoon,

“het gaat niet goed met je zoon”.

 

Je hing meteen weer op en was zo stil,

Door je lijf ging die ene koele ril,

Denkend aan het verleden en de mooie tijden,

Dat waren nu plots voorbije feiten.

 

Een grote traan rolde over je wang,

Hem terug kunnen zien was de enige drang,

Ik vroeg je ‘Wat is er toch gebeurd?’,

Niet wetend wat je dag zwart had gekleurd.

 

Je liet me weten dat hij zelfmoord deed,

Z’n beide aders doorsneed en overleed,

Dat hij nooit meer thuis zou komen,

Enkel nog verder zou leven in je dromen.

 

Heel zijn leven had hij boeken geschreven,

Meestal in Marokko verbleven,

Z’n Amerikaanse vrouw liet hem staan,

De liefde voor hem was gedaan.

 

Verbitterd was zijn strijd gestreden,

Zijn gedichten horen nu tot het verleden,

Drank was een tijdelijk toevluchtsoord,

Daar heeft niemand zich aan gestoord.

 

We kunnen alleen maar hopen,

Dat hij niet voor niets zijn aders heeft laten leeglopen,

Dat hij nu ergens is waar de pijn hem niet meer tarten kan,

Ik zal je nooit vergeten lieve nonkel Jan.


 

Alex Mensaert